
Mahler: Meer dan je hoort
Drie luisteravonden over een componist vol verrassingen
Gustav Mahler staat bekend als componist van grote symfonieën en diepe ernst. Maar wie alleen dat hoort, mist de rijkdom van zijn muziek. Want Mahler is ook de verteller van intieme liederen, de verzamelaar van speelse volksfantasieën, de dichter van ontroerende eenvoud.
In zijn Lieder eines fahrenden Gesellen klinkt de stem van een jonge man vol liefde en verlies, direct, kwetsbaar, herkenbaar. In Des Knaben Wunderhorn ontmoeten we humor, ironie en scherpe observaties van het menselijk tekort. Luister naar ♫ ▹“Lob des hohen Verstands“: de koekoek en de nachtegaal houden een zangwedstrijd. De koekoek kiest slim een rechter, de ezel, “omdat hij zulke grote oren heeft”. De nachtegaal zingt prachtig en virtuoos, maar de ezel begrijpt het niet, omdat hij een ezel is. De koekoek zingt eenvoudig, in keurige intervallen, en wint. Mahler kan bijtend grappig zijn.
En in de Kindertotenlieder bereikt hij een zeldzame vorm van ingetogen rouw. Geen pathos, maar een intensiteit die blijft nazinderen, als een echo die niet meer weggaat.
Zijn symfonieën zijn geen abstracte bouwwerken. Het zijn muzikale werelden waarin alles samenkomt: natuur en stad, kinderlijke verwondering en existentiële twijfel, uitbundige vreugde en stille berusting.
Denk aan het beroemde ♫ ▹Adagietto uit de Vijfde Symfonie , die intieme liefdesbrief in muziek, geschreven voor Alma. Of aan de majestueuze opening van de Tweede Symfonie, die begint als een begrafenismars en eindigt met een triomfantelijke verrijzenis. Of aan het spookachtige scherzando van de Zevende, waarin de nacht zelf muziek wordt — met koebelletjes, nachtelijke echo’s en verre fanfares. En wie het kolossale slot van de Achtste heeft gehoord, die “Symfonie der Duizenden“, weet dat Mahler het universum zelf kan laten klinken. Maar ook: de kinderlijke verwondering in het openingsthema van de Vierde, alsof een kind wakker wordt in een sprookjeswereld. De pastorale rust van de Zesde symfonie, vlak voor het lot toeslaat. De afscheidsmuziek van Das Lied von der Erde, waarin Mahler eindeloos ‘ewig’ zingt voor altijd, voor altijd.
Mahler componeert niet vanuit een systeem, maar vanuit het leven zelf, met al zijn tegenstrijdigheden.

Tijdens drie luisteravonden verkennen we deze veelzijdige componist.
We luisteren samen, ontdekken verbanden tussen lied en symfonie, en laten ons meenemen door muziek die niet alleen gehoord wil worden, maar beleefd.
Mahler is geen zware kost, hij is rijke voeding.
Voor wie nieuwsgierig is naar de mens achter de monumenten. Voor wie wil luisteren met andere oren.
Luc Ooghe (°1966) Musicus, Doedelzakspeler en Cultuurambassadeur.
Luc groeide uit tot een veelzijdige en gepassioneerde musicus met een bijzondere liefde voor oude muziek en Vlaamse muzikale tradities. Zijn muzikale pad begon met studies aan de KU Leuven waar hij een Master in de Musicologie behaalde. Later vervolmaakte hij zich aan het Lemmensinstituut, waar hij in 2010 afstudeerde met grote onderscheiding in Doedelzak en Barokmusette.
Luc Ooghe is een meeslepende doedelzakspeler, geroemd om zijn melancholische stijl en rijke variatiekunst. Hij is ook organist en koorleider in de Sint-Bartholomeuskerk van Geraardsbergen waar hij het muzikale erfgoed van de stad levend houdt. Als docent is hij verbonden aan de Muziekacademie van Pajottegem, waar hij jonge muzikanten inspireert met zijn kennis van traditionele muziek.
Hij is actief in diverse ensembles, waaronder het doedelzakkwartet Quadrifonium, waarmee hij ook internationaal concerteerde. Zijn interesse in historische bronnen leidde tot projecten zoals de cd-opname van het Handschrift van Viane en de publicatie van Het Moezelboek, een bundel met Vlaamse doedelzakmuziek.
In 2010 werd hij bekroond met de Bronzen Urbanusprijs, een cultuurprijs van Galmaarden, als erkenning voor zijn inzet voor de Vlaamse doedelzakmuziek en zijn culturele bijdrage aan de regio.
Luc Ooghe is ook een gewaardeerd gastdocent bij Kunst in Pepingen – Klassieke Concerten waar hij muziekcursussen op een bijzonder boeiende en toegankelijke manier weet te brengen. Zo werden onder meer de muziek uit de Renaissance, J.S. Bach, L. van Beethoven, F. Schubert en Claudio Monteverdi door hem op sprankelende en inspirerende wijze toegelicht. Zijn werk is een brug tussen verleden en heden, tussen erfgoed en vernieuwing. Hij weet als geen ander oude klanken opnieuw tot leven te wekken en te verbinden met een hedendaags publiek.

